Terugblik Herdenking 15 augustus 2012

Het is woensdagochtend 15 augustus 2012 en de Nederlandse driekleur, de Bredase vlag en de Raffy vlag wapperen halfstok rondom het Herdenkingsmonument 15 augustus in de achtertuin van Woonzorgcentrum Raffy. Het is nog vroeg, maar de zon schijnt al volop. Het wordt een hele warme dag. Gelukkig zorgt de tent voor schaduw. Ofschoon de herdenking pas om 14.00 uur begint, nemen de eerste bezoekers rond 13.00 uur al plaats in de tent. Ondanks de warmte, willen ze verzekerd zijn van een goede plaats. Voorzorgsmaatregelen worden genomen en alle bezoekers krijgen een flesje water als ze in de tent plaatsnemen.

Het Raffykoor begint te zingen en de toon is gezet en om klokslag 14.00 uur vangt de ceremonie aan, die door Walter Kessels aan al elkaar gepraat zal worden. Het thema ‘Voor jullie morgen, gaven wij ons heden’  laat ons stil staan bij hen die gestreden hebben om ons in vrede te kunnen laten leven, met als rode draad ‘De Slag in de Javazee’. De eerste toespraak wordt gehouden door Burgemeester van der Velden.

Dames en heren,

Het is vandaag 15 augustus. Ik ben dankbaar dat u mij vandaag weer uitgenodigd heeft om samen met u te herdenken. Officieel markeert 15 augustus 1945 met de capitulatie van Japan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Maar voor Nederlands-Indië begon toen een ellendige periode. Waar de rust langzaam terugkeerde in het Westen en men weer voorzichtig durfde te denken aan wederopbouw en een toekomst, bleef het geweld doorgaan in De Oost.

We herdenken vandaag de mannen, vrouwen en kinderen die gestorven zijn ten gevolge van de Japanse bezetting en de Bersiap-periode in Nederlands-Indië. Ik bedank de stichting Arjati en woonzorgcentrum Raffy voor de inzet die u ieder jaar toont om deze herdenking mogelijk te maken. Vorig jaar wees ik er al op dat ik trots ben dat er in Breda zo respectvol en met zoveel toewijding deze, maar ook andere herdenkingen, georganiseerd worden.  Daar zijn veel stadgenoten bij betrokken. Herdenkingen die onszelf alert houden en onze kinderen bewust maken dat vrijheid en gelijkheid geen vanzelfsprekende begrippen zijn. Dat we deze waarden nooit vanzelfsprekend moeten achten, maar ze moeten koesteren en beschermen.

Dit jaar vond eenmalig een bijzondere herdenking in Breda plaats. Op 5 mei mocht Breda gaststad zijn voor de start van de viering van de Nationale Bevrijdingsdag. Voor het eerst sinds de 5 mei Bevrijdingsdag traditie werd een Duitse spreker, en wel de Bondspresident , gevraagd om een lezing te komen houden. Helaas kon ik door ziekte zelf die dag niet aanwezig zijn in de Grote Kerk en heb ik de viering via de televisie moeten volgen. Misschien zijn er mensen onder u die hetzelfde gedaan hebben? Ik was in ieder geval geroerd en onder de indruk van de toespraak die Bondspresident Joachim Gauck hield in onze stad Breda.Een historisch moment.

Een citaat uit zijn toespraak :

“Ik denk aan honderdduizenden Nederlanders die voor de Arbeidseinsatz naar Duitsland werden gedeporteerd; aan zovelen die honger moesten lijden, of gedwongen evacuatie en het verlies van hun geboortestreek moesten verduren; maar ook aan diegenen , met name in het toenmalige Nederlands-Indië, voor wie de oorlog op 5 mei nog niet afgelopen was en het lijden en sterven doorgingen.”

Dames en heren, het thema van de herdenking vandaag is vrij vertaald ‘Voor jullie toekomst, gaven wij ons heden’. De laatste regels uit een vers van John Maxwell Edmonds. Herdenken betekent dat het verhaal verteld blijft worden. Het verhaal van hen die het leven verloren in een verschrikkelijke strijd. Dat we niet vergeten welke offers zij hebben gebracht.

Door deze herdenking, hier in de tuin van Raffy, blijft het verhaal van de oorlog in de Oost,  maar ook van de jaren van de Bersiap-periode, leven. Want dat mag niet vergeten worden. Straks gaat u luisteren naar Jan Maarten Doorman, kleinzoon van Schout-bij-Nacht Karel Doorman.

Meneer Doorman, het is dit jaar 70 jaar geleden dat uw grootvader in februari 1942 ten strijde trok tijdens de Slag in de Javazee. Een zeeslag die nergens goed voor was. Het materiaal en geschut van de Japanners was veel sterker. Het was een ongelijke strijd met veel slachtoffers als gevolg. Uw grootvader ging met het vlaggenschip ten onder. Maar vergeten zullen we hem niet. Vaartuigen van de Koninklijke marine werden naar uw grootvader vernoemd. Veel straten dragen zijn naam; ook hier in Breda, in de wijk Boeimeer . Hij kreeg postuum de Militaire Willemsorde toegekend. Allemaal eerbetonen die recht doen aan een moedig en dapper  man.

En u vertelt zijn geschiedenis. We zijn straks aan uw lippen gekluisterd, meneer Doorman. De verhalen over uw beroemde grootvader hebben vast en zeker grote indruk op u en uw familie gemaakt . Maar ook op ons!  Het is goed dat u blijft vertellen, want zo houdt u de geschiedenis levend.

En dat is precies wat John Maxwell Edmonds bedoelde met de woorden:

Als je naar huis gaat,

vertel over ons en zeg;

voor jullie toekomst

gaven wij ons heden

Dank voor uw aandacht.

Aansluitend houdt Kolonel der Jagers L. de Vos namens de Nederlandse Defensie Academie een toespraak. Dit jaar zijn de cadetten van de KMA als ondersteuning ingezet bij de herdenking en het belang van hun aanwezigheid wordt door hem onderstreept. Naast de militaire vloot heeft Kolonel de Vos ook aandacht voor de inzet van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ook zij hebben  grote verliezen geleden.

Nadat het Raffykoor weer prachtig gezongen had, vertelt Jan Maarten Doorman wat zijn grootvader voor hem betekent.

Voor jullie morgen gaven wij ons heden

Begin dit jaar was ik voor het eerst in Soerabaja en daarmee ook voor het eerst in  Indonesië. Het indrukwekkendste deel van de reis was een dubbel bezoek aan het ereveld Kembang Koening georganiseerd door de Oorlogsgravenstichting. De herdenking stond in het teken van “70 jaar na dato Slag in de Javazee”.  Ik kende Kembang Koening voordien alleen van foto’s en filmpjes maar nu stond ik voor het eerst oog in oog met al die honderden kruizen en het in de jaren vijftig ontworpen monument ter ere van de slachtoffers van de Slag in de Javazee. Maar dan nu ook met de typische geluiden en geuren die passen bij Indonesië en een ereveld. Veel namen die ik zag staan op de kruizen herkende ik van de verhalen van de strijd in 1942, maar ook van de gelukkigere periode voor de Tweede Wereldoorlog. Uit die zogenaamde gelukkigere periode stamt een portret van mijn grootvader dat bij ons thuis al sinds mensenheugenis een herkenbare plaats innam. Een portret dat niet meer is weg te denken uit mijn leven. Al als kleine jongen fascineerde die opname mij bijzonder. Er was een grote gelijkenis met mijn eigen vader en het klinkt misschien vreemd maar door zo’n gelijkenis schept dan toch een innigere band met een voorvader die je zelf nooit hebt ontmoet. Naarmate je ouder wordt ontstond erbij mij de behoefte om wat meer van de man zijn leven pogen te achterhalen. Wat was dat nu eigenlijk voor een man geweest?

Wat daar ook een stimulerende rol bij speelde, waren de herinneringen van mijn vader aan zijn vader. Dan moet u denken ,in de trant van “in 1937 te Artis zag ik hem voor het laatst”, “op deze bank zat ik toen hij afscheid kwam nemen als vader”. Er ontstond zelfs enig ongenoegen toen ik ooit de inktpot van mijn grootvader had schoongemaakt met daarin de opgedroogde inkt van hem, het was tenslotte nog door hem gebruikt “en wie weet wel voor één van die mooie prentbriefkaarten die mijn vader van zijn vader kreeg en nog steeds bewaarde”. Die innige band die door een echtscheiding en door het sneuvelen zo plots was verbroken heeft natuurlijk zo zijn sporen nagelaten bij een kind. Als kind van de generatie daarna voelde je dit al vrij vlug instinctief en op latere leeftijd begreep ik pas wat het missen van een vader op jeugdige leeftijd voor een impact heeft op iemands leven. Het was dan ook zeer bijzonder om 70 jaar na het sneuvelen op het ereveld en de historische plaatsen in Soerabaja rond te lopen. Het maakte de beleving van weleer sprekender en gaf mij het gevoel dat de cirkel nu rond was, zoverre dat laatste tenminste kan.

Na de Tweede Wereldoorlog heeft mijn grootvader ook nog een nationale betekenis gekregen. Het was niet meer schout-bij-nacht Doorman maar Karel Doorman. Als kind met historische belangstelling wilde je natuurlijk al snel weten wat nu het belang was geweest van die zeeslag. Want een zeeslag die wordt verloren en die symbool staat voor het einde van Nederlands-Indië wat was daar nu het nut van geweest? Zo’n slag waar honderden relatief jonge mensen bij omkwamen en die niet leidde tot het tegenhouden van een Japanse invasie. De vraag stellen is hem niet meteen kunnen beantwoorden. Want uit militair historisch oogpunt was de zeeslag een absolute ramp. De marges van de zeestrijd werden echter voor een groot deel bepaald door uiteraard de Japanse tegenstander maar ook de Nederlandse marineleiding aan de wal. Het respect voor de opoffering zit hem dan wat mij betreft dan ook in de vastberadenheid, de moed, de plichtsbetrachting met als doel om de bevolking van Nederlands-Indië de diepe ellende te besparen die het uiteindelijk toch heeft moeten ervaren. Gelukkig viel niet voor alle Nederlanders het doek in in die ongelukkige eerste maanden van 1942. Speciaal wil ik dan ook uw aandacht vragen voor de rol van de Nederlandse Koopvaardij. Want dankzij hun tomeloze inzet gedurende de hele Tweede Wereldoorlog is de bijdrage van Nederland aan het verslaan van de Duitse en Japanse tegenstanders nog het grootst geweest. Dan kom ik ook meteen aan het thema van deze herdenking. “Voor jullie morgen gaven wij ons heden”. Een zin in een afscheidsbrief van mijn grootvader geschreven op één van de laatste dagen van zijn leven geeft naar mijn idee goed weer waar het toen om ging en nu nog steeds om gaat. Ik citeer: “In ieder geval is het beter om te sterven als een man dan te leven als een slaaf van Hitler en consorten”. Einde citaat. Het leven in de vrijheid die mijn generatie na WW2 gewend is geweest, is een groot goed en hebben wij te danken aan de voorouders die dat vaak met hun leven moesten bekopen. Laten wij hen en hun inzet nooit vergeten.

De 12 jarige Max Weijters laat ons horen hoe hij graag de toekomst wil zien. Dit doet hij aan de hand van een gedicht, waarvan de schrijver ons helaas onbekend is.

Geloven

Ik wil niet geloven

in hebben en houden,

in onmin en oorlog

of in gebalde vuisten,

Ik wil geloven

in geven en ontvangen,

Ik wil geloven

in vriendschap

en geopende handen,

Ik wil niet geloven

in muren  en grenzen ,

Ik wil geloven

in vrije landen,

Ik wil geloven in

gastvrije mensen,

in  Liefde,

Vriendschap en Genegenheid.

Ik wil geloven

In Respect voor elkaar,

Ik wil geloven in VREDE !

Met de emoties nog in het lijf wordt door het Raffykoor het Indisch Onze Vader ingezet, wat door velen vol overgave wordt meegezongen. De officiële herdenkingsceremonie is begonnen. De veteranen zijn naar voren getreden en zoveel mogelijk aanwezigen gaan staan uit respect voor wat komen gaat. De Taptoe wordt geblazen door Bart Felet. Eén minuut stilte, gevolgd door Reveille en het hijsen van de drie vlaggen door de cadetten van de KMA, waarvan de Nederlandse driekleur als eerste. Wanneer alle vlaggen in top zijn barst het Wilhelmus los, een moment waar de koude rillingen over je rug lopen.

De herdenking wordt afgesloten met een toespraak van de heer G. van der Pluijm, waarin hij aangeeft waarom herdenken voor de bewoners zo belangrijk is. Ook geeft hij aan dat hij graag de ruimte biedt om deze herdenking blijvend mogelijk te maken in Raffy.

Het leggen van bloemstukken op afroep wordt geopend waarna een 17-tal bloemstukken bij het monument gelegd worden. Daarna start het defilé door bewoners van Raffy, de heren Tutuhatunewa en Austermans onder begeleiding van Burgemeester van der Velden en de heer van der Pluijm.

Na afloop is het nog lang druk in de tent, het grand café en de aangrenzende ruimtes van Raffy. Er wordt geluisterd naar het Raffykoor, de tentoonstelling van Will van de Corput en de boekentafel van Ankie Cordier de Croust worden bezocht en er is tijd voor ontmoeting. Niet alleen ontmoeting om dezelfde verhalen te delen, maar ook ontmoeting tussen jong en oud voor een stuk overdracht. Na een gezamenlijke maaltijd is de 15 augustus Herdenking ten einde.

In de uitnodiging kwam de zin terug ‘samen kunnen herdenken en het verleden een plaats kunnen geven om met een positieve blik de toekomst te kunnen omarmen’ . Zo voelde het ook de 15e augustus jl. Tot volgend jaar.

Magda Wallenburg, voorzitter Stichting Arjati

Meer foto’s van de herdenking kunt u vinden in ons foto album.