Commissie van Advies

Mevrouw Ankie Cordier de Croust,

ex voorzitter ” Werkgroep Indië-Herdenking Noord-Brabant West “

Ik ben op 12 augustus 1941 in Batavia ( op voormalig Nederlands-Indië)  geboren. Mijn vader was toen al gemobiliseerd. Kort na mijn geboorte ging mijn moeder met mij naar haar ouders in Bandoeng. Enige tijd na de inval van Japan werd opa geïnterneerd. Mijn oma, twee tantes, mijn moeder en ik werden, samen met nog andere mensen, in augustus 1942 opgepakt. Nadat we twee dagen bij de Kempetai vastgehouden waren bracht men ons naar het Tjihapit-kamp in Bandoeng. Oma is in 1944 in het kamp gestorven. Later werden wij overgebracht naar het Lampersarie-kamp in Semarang.

Mijn vader was tijdens de oorlog als krijgsgevangene aan de Burma-spoorweg te werk gesteld.

Na de oorlog hebben wij in Bandoeng gewoond. Daar hebben wij de Bersiap tijd meegemaakt. Uiteindelijk kwamen wij in 1949 in een pension in Nederland terecht.

Vanaf 1982 kwam ik meer en meer met mijn oorlogsherinneringen in de knoop. Ik ging boeken lezen die betrekking hadden op de oorlog- en Bersiap-periode in Indië en heel speciaal boeken over de kampen en plaatsen waar ik geweest was. Hiermee wilde ik weten en begrijpen wat er toen om mij heen gebeurde, om zodoende beter om te kunnen gaan met mijn eigen oorlogs- en Bersiap herinneringen.

Via een gespreksgroep in Breda maakte ik in 1990 kennis met de “Vereniging Kinderen uit de Japanse Bezetting en de Bersiap 1941-1949”, kortweg KJBB genoemd en werd ik  lid van de vereniging. In 1992 begon ik bij de KJBB als vrijwilligster achter de boeken en documentatie tafel, daarbij verdiepte ik me in de situaties die tijdens de oorlog- en Bersiap-periode ook in andere kampen en buiten de kampen geheerst hadden. Van 1996 tot 2009 was ik penningmeester / voorzitster van de KJBB afdeling Noord-Brabant West. In verband met dit vrijwilligerswerk heb ik in de loop der tijd verschillende cursussen gevolgd. Daar heb ik voor mezelf  ook heel veel van geleerd.

Door dit vrijwilligerswerk ontmoette ik veel mensen die de oorlog en de Bersiap-periode aan den lijve hadden ondervonden. Met hen en ook met hun kinderen en kleinkinderen, werden vaak lange gesprekken gevoerd. Bij al die contacten merkte je dat vooral, begrip, erkenning en herkenning belangrijk zijn.

In de diverse gesprekken hoorden wij dat het voor veel mensen, vooral i.v.m. hun leeftijd, steeds moeilijker werd om de Indië-herdenking in Den Haag bij te wonen. Toen kwam de gedachte bij ons op of het niet mogelijk was om op 15 augustus ook hier in Breda  een Indië-herdenking te houden.

De “werkgroep Indië-herdenking Noord-Brabant West” werd opgericht. Voor het houden van de herdenking vonden wij een warm welkom bij het Indisch-Molukse verzorgingshuis Huize Raffy in Breda. Mede dankzij de directeur, de heer Van der Pluijm, en een financiële bijdrage van de Stichting ” Het Gebaar “, kon er een herdenkingsmonument in de tuin van het tehuis geplaatst worden.

Nadat de werkgroep enkele jaren de herdenking verzorgd had wilden we de organisatie er van graag bij een jongere generatie veilig stellen voor de toekomst. In 2009 werd de Stichting Arjati opgericht , zij zal nu, naast haar andere activiteiten, de organisatie van de Indië-herdenking op zich nemen.

Wij wensen de Stichting Arjati dan ook veel succes in de toekomst.

 

De heer Will van de Corput

Ik was acht toen ik samen met mijn moeder het Japanse Interneringskamp ’Baros’ in Tjimahi (bij Bandoeng) op Java inging. Daarna volgden transporten naar het Bloemenkamp in Bandoeng, kamp Lampersari in Semarang en het Bersiapkamp ADEK in Batavia (huidige Djakarta).

Op 23 Juli 1945 werd ik van mijn zieke moeder gescheiden om naar het jongenskamp Bangkong, in Semarang te worden weggevoerd. In de ogen van de Jap was ik blijkbaar oud genoeg (11 jaar) om op eigen benen te staan. Wie moest er nu voor mijn zieke moeder zorgen?

Na 32 dagen in het jongenskamp kwam op 23 Augustus 1945 de ’bevrijding’. Toen ik mijn moeder terugzag, herkende ik haar niet meer. Hoe moet een moederhart dat gevoeld hebben. Ze was zo veranderd, haar handen en voeten waren flink opgezwollen van hongeroedeem.

Ruim twee jaar na dato kreeg mijn moeder op 23 October 1945 in kamp Lampersari een stukje papier in handen gefrommeld waarop stond dat mijn vader, Wim van de Corput, op 23 September 1943 overleden is aan de Birma-Siam spoorweg (in het Birmadeel, in het zgn. dodenkamp km 80). We huilden samen.

Met het evacuatieschip ’ms Boissevain’ kwamen wij beiden op 16 Februari 1946 in het koude Holland aan. Ik heb altijd voor mijn moeder gezorgd, eerst in de Jappenkampen en later hier in Holland. Wij hadden een enorm sterke band.

In 1995 heb ik voor het eerst samen met mijn echtgenote het graf van mijn vader op het Ereveld Thanbyuzayat (Birma – Myanmar) bezocht, na 52 jaar weliswaar …  als een verlaat afscheid. In 2006 en 2008 (in 2008 samen ook met mijn dochter Mariëtte) en in 2011 (samen ook met mijn zoon Will jr.) volgden nog drie grafbezoeken. Het doet mij goed dat zij beiden ook het graf van mijn vader hebben bezocht. De Oorlogsgraven-stichting in Den Haag heeft deze bezoeken mogelijk gemaakt.

Na het overlijden van mijn moeder in 1977 is mijn leven een zoektocht naar het verleden geworden, een minutieus documenteren van mijn familiegeschiedenis. In een aantal foto-albums heb ik onder meer het kampleven van mijn moeder en van mij weg-geschreven. Tegelijkertijd was ik bezig met een speurtocht naar mijn vader. Ik wilde zijn hele leven in kaart brengen; zo ook nagaan wat hij als krijgsgevangene (tijdens WO II) in de Jappenkampen en aan de Birma-spoorlijn beleefd moet hebben. Immers, een over-ledene is pas echt dood als je niet meer aan hem denkt.

Dankzij de vele in 1990 en volgende jaren verkregen persoonlijke herinneringen van ex-krijgsgevangenen, gegevens uit dagboeken en brieven kon ik me enigszins een beeld vormen van de omstandigheden waaronder ook mijn vader onder het bewind van het Japanse leger heeft moeten leven en werken.

In het vijfde album, als sluitstuk van mijn familiegeschiedenis, heb ik mede op basis van het vorenstaande geprobeerd het leven van mijn vader te reconstrueren. Na vele jaren spoorzoeken is het album: ’Wim van de Corput, mijn vader’ op 20 mei 2013 gereed gekomen en heb ik het aan mijn vader opgedragen, die ik zo node heb moeten missen.

Ik verzorg regelmatig in de regio Breda tentoonstellingen over de Jappenkampen op Java, over mijn vakanties in Indonesië en over de pelgrimsreizen naar het Ereveld Thanbyuzayat in Birma. De mensen die naar mijn tentoonstellingen komen, kijken naar de fraaie foto’s, ze praten wat en met lotgenoten worden gegevens uitgewisseld. Ik probeer een levend beeld te maken zodat het bij anderen herinneringen oproept. Ik vind mijn wijze van doorgeven van mijn Indië-geschiedenis aan vooral de jongere generatie erg belangrijk. Men leert hopelijk van het verleden.

NB. Op 31 maart 2003 is in première gegaan de documentaire: ’Langs de weg van de herinnering’ van filmmaker Jan de Ruijter uit Etten-Leur. Mede aan de hand van mijn verhalen schetste hij een schokkend beeld van het leven in Japanse kampen op Java tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voor meer info zie www. jarifilm.nl en ook het boek ’Een stilte die spreekt. Herdenken in diversiteit’. Verder het boekje: ’Ooggetuigen van oorlog’ uitgegeven door de Stichting Japanse Ereschulden.

Tekst op 20 mei 2013 geactualiseerd.

 

Mevrouw Roos Holslag

Mevrouw Holslag is geboren in Tjiandjur op het eiland Java op 7 januari 1930.  In oktober 1950 is zij naar Nederland gekomen. Samen met haar man Ruud Holslag is  bij de Indische Pensioenbond begonnen als vertegenwoordiger  van de Indische en de Molukse gemeenschap in West-Brabant en Zeeland. In 1985 hielden zij zich voornamelijk bezig met belangenbehartiging inzake de wetten van oorlogsgetroffenen en belastingen. Zij hebben daarvoor extra scholing gevolgd bij Icodo voor traumaverwerking en bij de ABP voor berekeningen van grondslagen.

 

De heer Ruud Holslag was de steun en toeverlaat van mevrouw Holslag. Hij werd geboren op 10 augustus 1925 in Padang op het eiland Sumatra en overleed op 30 oktober 2009. De heer Holslag heeft voor zijn werkzaamheden de ridderorde gekregen voor sociale dienstverlening. Totdat de Madjoe overgedragen werd aan Pelita (Pinc ex-Madjoe) is de heer Holslag voorzitter geweest van het hoofdbestuur van de Madjoe.

 

Mevrouw Holslag wil graag in de geest van de heer Holslag verder gaan. Stichting Arjati kan dan ook onvoorwaardelijk op haar steun rekenen.